Welkom
! Pamukpınarlılar



Wie ben ik?
Ik ben Nurettin. Geboren in Söğütcük in Sivas. Niemand weet echter
precies op welke dag ik geboren ben. Zelfs mijn vader en moeder niet. Hoe vaak ik het heb gevraagd, hoor ik altijd hetzelfde antwoord. ‘’Je bent
geboren in het voorjaar. Maar wanneer in het
voorjaar. In april?In mei?Of zelfs nog later? Dit is het antwoord van
mijn vader dat ik heel vaak heb gehoord.
‘‘Je bent net zo oud als onze
buurjongen …… Eigenlijk was de winter voorbij. Het gras dat je overal zag was
niet meer erg groen. Dit was zelfs zo hoog, tot mijn buikhoogte. Toen ben jij
geboren.’’ Nou weet ik weer genoeg
vader. Stop maar.. Ik kijk naar mijn moeder. ‘’Klopt dat mama wat mijn
vader zegt? Ja ja.. Ik denk het wel !Als hij dat niet precies weet, hoe kan ik
dat dan weten....!En tenslotte mijn moeder ‘’ Wat maakt dat nou uit jongen, of
je in april of mei bent geboren. In ieder
geval waren we heel erg blij met je
geboorte…..Leuk hè zo’n verhaal.
Söğütcük is mijn dorp. Mijn wortels liggen daar. Waar ons dorp ligt lijkt het een woestijn- gebied. Er zijn haast geen bomen of iets wat daarop lijkt. Maar er is heel veel stof, steen en er zijn kale bergen.
In de jaren ’40, werd de
eerste stap gezet naar educatie. Het is begonnen bij ons in de familie, dankzij mijn opa.
Destijds was mijn opa burgemeester van Söğütcük. Mijn opa kon
niet lezen of schrijven. Af en toe kwam er een ambtenaar naar het dorp , contacten waren vaak mondeling. Het was kennelijk voldoende
om in die tijd zo te communiceren. Op een dag heeft een ambtenaar mijn opa
getipt over een ‘Internaat Pedagogische Academie. Die was pas geopend in de provincie. Hij vertelde ook dat zo’n
internaatschool goed zou zijn voor zijn
eigen kinderen en ook voor de kinderen in die omgeving.




Opa vader moeder
De
ambtenaar vertelde ook dat alles gratis was, alles werd betaald door de
regering.
Mijn opa had
(blijkt achteraf) heel goed naar hem geluisterd. In 1942 waren mijn twee oudste
ooms begonnen met het internaat PABO. De buurjongens ook. Zelfs de omliggende
dorpen zijn ook wakker geschud door mijn
opa’s stappen.
Mijn opa
was een boer. Wie moest eigenlijk opa’s
taak overnemen als boer? Je raadt het al. Natuurlijk mijn vader. Al mijn
ooms waren onderwijzer geworden, behalve mijn vader. Mijn ooms hadden mooie
kleding en voldoende geld om iets anders te kopen. Dat zag mijn vader allemaal.
Boer zijn was niet makkelijk zonder steun van alle anderen.
Heel vaak
had hij ruzie met mijn opa over zijn
keuze. Maar ja, het was nu eenmaal zo en niet anders. Ondertussen had mijn opa
aan mijn ooms opdracht gegeven dat zij verplicht waren mij te laten studeren en
mijn hele studie te bekostigen.
Toen ik 8
jaar was, ben ik verhuisd naar het huis van mijn oom. (Mijn oom had beloofd aan mijn opa’s
wensen tegemoet te komen over mijn
toekomst.) Met andere woorden: Ik ben het huis uitgegaan op mijn achtste. Mijn
oom was een goede leraar. Mede dankzij zijn inspanning heb ik later hetzelfde internaat (pabo)
afgemaakt als hijzelf. Toen kon mijn vader weer lachen. Hij was gelukkig en
trots op zijn broer en ook op mij.
Ik heb 5
jaar in Turkije gewerkt als onderwijzer. In 1979 ben ik naar Nederland gekomen.
Sindsdien
heb ik op diverse scholen gewerkt. In het begin heb ik op verschillende scholen, Turkse taal aan Turkse kinderen gegeven. Momenteel ben ik werkzaam op
het Albeda College, waar ik in 1992
begonnen ben.






